Uit op avontuur

Deurtje open, deurtje dicht. Wat is er leuker dan het openen en sluiten van deuren. Als baby maak je je niet druk om wat zich achter de deur bevindt. Het belangrijkste is dat de deur open kan. Uit op avontuur. Een onbekende deur? Des te beter! 

Naarmate je ouder wordt begin je je steeds drukker te maken om waar de deur je brengt, en of je hem wel mag openen. Nieuwe deuren zijn spannend of zelfs eng, dus beter weer dezelfde veilige deur als gisteren. 

Om mijn kinderen te leren dat nieuwe deuren niet eng hoeven te zijn, zal ik toch zelf dat voorbeeld moeten geven. Werk aan de winkel dus, want het komt niet van een vreemde! 

Gewoon maar denken, als de wereld achter de deur niet bevalt kan de deur gewoon weer dicht, op zoek naar de volgende deur. 

Altijd lachen

Lieve Sanne,

Het warme weer is je de laatste dagen niet in de koude kleren gaan zitten. Jeukende uitslag in je nek door al dat gezweet. En dan gisteren ook nog eens koorts. Ondanks alles toch steeds weer die grote glimlach op je gezicht. 

’s Nachts toch wel moeite met slapen. Eigenlijk ben je gewoon op zoek naar wat gezelschap, want als ik je beneden in de box leg is er niets aan de hand. Alleen in bed in een donkere kamer is natuurlijk ook niks aan als je wakker bent. Als ik niet kan slapen kijk ik ook tv of op mijn telefoon, dus waarom zou jij stil in bed met ogen open moeten liggen als je ook beneden kunt knuffelen met Winnie de Poeh?

Ik was je fles af zodat je nog een paar slokken water kunt drinken voor ik je weer naar bed breng. Op de achtergrond hoor ik na een tijdje wat knorrende geluiden. Je bent op je buik gedraaid maar terugdraaien gaat je nog niet zo goed af. Ik kom kijken wat er is, en ontvang weer zo’n gouden glimlach. Ik strek mijn armen uit en je glimlach wordt nog groter. 

Een paar slokken en dan maar weer slapen. En jij natuurlijk ook.

Tien maanden te laat

Lieve Sanne,

Vandaag ben je alweer precies tien maanden jong. Tien maanden alweer, maar toch de eerste keer dat ik iets over je schrijf. Het verhaal moet niet te lang zijn, want hoe langer het verhaal hoe groter de kans dat ik halverwege afhaak. Maar er moet een verhaal komen. Straks denkt men nog dat je geen verhaaltje waard bent, maar zo is het natuurlijk niet. Deze writers block was al ruim voor je komst aan de gang.
Geen foto bij dit verhaal. Misschien vind ik niet snel genoeg de juiste; weer een kans om af te haken. Nee, het verhaal moet er komen, dus maar niet te lang.

Toch voel ik de neiging in één keer alle tien de maanden samen te vatten in dit stukje tekst. Kan helemaal niet. Hoe maak je duidelijk in een klein verhaal hoe mooi, klein en lief je bent, zonder dat het oppervlakkig en geforceerd klinkt. Kan bijna niet. Maar toch moet het kort, anders haak ik af. En je tien-maanden-verjaardag duurt nog maar tien minuten. Weinig tijd om uit te wijden over hoe je ieder moment van de dag een lach op je gezicht hebt, en daarmee op die van mij tovert.

Nog 9 minuten. Niet verzanden in verhalen over hoe je van onschuldig mak stil lammetje in een paar weken tijd bent getransformeerd in ontdekkingsreiziger pur sang, al tijgerend door de kamer.

Nog maar 8 minuten. Even achterwege laten hoe kiekeboe je leukste spelletje is, het liefst bij de deur. Deur open, deur dicht.

Over 7 minuten, ben je 10 maanden en een dag. Voor die tijd moet het verhaaltje klaar zijn. Niet druk maken over hoe te beschrijven dat je altijd zo moet lachen om je grote zus. Zelfs al is ze soms een beetje wild. Ze bedoelt het (denk ik) goed, en dat snap jij ook al. Je bent een slimmerd.

Nog 4 minuten. Zie je, alweer een paar minuten afgeleid door de tekst terug te lezen. Kan niet. Geen tijd voor. En zeker geen tijd om te vertellen hoe hard je kunt spartelen met je benen. Al vanaf kleins af aan. Daar moet een carrière in wielrennen of hardlopen in zitten.

Over 2 minuten staat hier je eerste verhaal. Hopen dat je vader met dit verhaal de boel doorbreekt en wat vaker zal schrijven. Geen tijd voor correctierondes. Geen tijd. Geen tijd. De tijd vliegt. Je bent al zo’n beetje geen baby meer, maar klein mensje. Dit verhaaltje schrijf ik veel te laat. Wel tien maanden te laat om precies te zijn. Hopelijk kan ik de komende tijd meer schrijven. Het kan niet aan een gebrek aan inspiratie liggen. Jij en je zus leveren dit genoeg. Ga zo door, dan probeer ik het weer trots te beschrijven.

Liefde maakt schuld

Zojuist College Tour met A.F.Th. van der Heijden gekeken. Drie jaar terug verloor hij zijn zoon door een verkeersongeluk een paar weken voor zijn 22e verjaardag. Het maakt een wirwar van tegenstrijdigheden in me los. Laatst nog schreef ik Gek doen met papa. Geheel onbezorgd gek doen en erover schrijven. Nu, na het kijken van de zeer beredeneerde, doch oprechte en emotionele beschouwing van Van der Heijden op het verliezen van hun zoon, kan ik even geen vrolijke noot vinden om over te schrijven.

Hij voelt zich schuldig. Schuldig omdat hij er niet was op het moment dat het gebeurde. Dat hij hem niet heeft kunnen waarschuwen voor wat ging komen. In een fragment uit een interview, nog van voor de dood van zijn zoon, kwam ter sprake dat het verliezen van je kind veel erger zou zijn dan het verliezen van je partner. “Het is je eigen bloed, ofzo” zegt zijn vrouw.
Ik denk dat het ook weer neerkomt op dat schuldgevoel. Zodra je kind geboren wordt is het afhankelijk van jouw zorgen. Jij bent verantwoordelijk. Verantwoordelijk voor een val als je even niet goed oplet. Niets gebroken? Toch even voelen aan de vingertjes. Dat stomme foldertje op de grond had ik ook op moeten ruimen! Verantwoordelijk voor die iets te grote hap van de appel, gevolgd door een hoestbui. Gaat dit nog goed? Ondersteboven houden en op de rug slaan? Of even wachten? Ik had ook kleinere stukjes moeten maken!

Natuurlijk kun je niet altijd overal controle over hebben. Soms gaan dingen nu eenmaal zoals ze gaan. En het gaat ook altijd goed. Bijna altijd.

Tijdens het kijken wordt Nikki ineens huilend wakker. Ik ren naar boven, net iets sneller dan normaal. Ik til haar op om te kijken of ze een schone luier nodig heeft omdat dit de avond ervoor ook het geval was. “Apie”, zegt ze, alsof ze er niet gerust op is dat haar knuffel zichzelf kan redden. “Apie blijft hier, we zijn zo weer terug” zeg ik geruststellend, en loop met haar naar de badkamer. Ze is stil. Een schone luier was niet nodig. Een kort momentje van geruststelling was voldoende.

Ik leg haar terug in bed en ze slaapt snel weer verder. Alsof ze weer beseft dat ik altijd in de buurt ben. Ik weet wel beter, maar daar kun je beter niet te veel over piekeren.

Al een hele dame

Lieve Nikki,

Je bent inmiddels alweer een jaar en zeven maanden oud. Om me heen wordt er gevraagd waarom een nieuw verhaal over jou (weer) zo lang uitblijft. Ik denk dat ik voornamelijk het gevoel heb al heel vaak te hebben laten blijken hoe blij we met je zijn. Bang dat mensen er wel een keer genoeg van gaan krijgen. Maar het mag blijkbaar toch nog wel een keer worden gezegd. 🙂

Inmiddels ben je echt al een hele dame. Voor de nietsvermoedende voorbijganger niet meer dan een heel klein lief uitziend dingetje dat al kan lopen, maar daarachter schuilt een ware control-freak die veel te slim is voor zulke mooie ogen. Je weet deze op allerlei momenten tactisch in te zetten om bijvoorbeeld een boze papa en mama weer aan het lachen te maken.

Op een fiets met duwstang ga je het ene moment alleen maar rechtuit, en het volgende moment weet je alweer precies hoe het stuur je richting speeltuin moet brengen.
Bijna ieder woord dat wordt gezegd pik je op en weet je een volgende keer weer te herkennen. Vooral als het iets met eten te maken heeft, want dat is toch wel een van je zwakke plekken. We moeten vooral niet “Is er nog yoghurt” zeggen, en dit vervolgens niet in huis hebben, om maar een voorbeeld te noemen.
Zelf je sokken uit en je broekspijpen omhoog kunnen trekken lijken onnodige nieuwe kunstjes, maar je weet al heel goed wat lekker is; “Aai aai aai” zeg je dan.

Nikki met koekje op stoel tv kijken

We proberen het zo veel mogelijk te beperken, maar je bent wel ontzettend zoet als je voor de tv zit. Vooral nu je je eigen comfortabele sofa hebt is het een waar genot om tv te kijken. En ik weet vrij zeker dat jij het ook leuk vindt.

Tot zover voor nu. Ik beloof snel weer wat te schrijven over je avonturen!

Schommelen, lopen en knuffelen

Lieve Nikki,

Het blijft maar snel gaan. Je loopt inmiddels trots rond. Kruipen doe je soms nog wel, maar het liefst loop je gewoon lekker rond. Natuurlijk met vallen en opstaan. Je hebt nog niet echt door dat je obstakels (zoals rondslingerende blokjes) moet ontwijken en dus… boem.
Soms is het alsof een regisseur het meest cliché script ooit voor een komediefilm heeft bedacht; vandaag onderschatte je je eigen lengte en probeerde je onder de eettafel door te lopen. Boem. Natuurlijk mag papa dan niet enorm hard lachen, maarja. Papa is ook maar een mens. Haha!

Nikki boodschappentas omgedaan
Lade geplunderd en boodschappentas omgedaan
Als er een lade openstaat of de deur naar de gang staat op een kier ben je op je snelst. Je zet een sprint in en voor je ’t weet ben je daar alweer om de lade te plunderen of naar de trap te rennen. Je wil graag naar boven. Niet getild worden natuurlijk, nee, zelf traplopen. Ben je dan boven, dan kruip je razendsnel door naar de trap naar zolder. Jeej, nog een trap! Dan snel naar de deur. Doe nou open! Ja, goed.. “Daah!”, “Die!”. En hoppekee, op de schommel. Hoe harder hoe beter. Geeft niets, kan papa weer even vijftien minuten bijkomen en alleen maar duwen.

Naast de schommel is een van je favoriete speeltjes van ’t moment je poppenwagen en pop. Soms kun je wel 20 rondjes achter elkaar om de salontafel rijden met je wagen. Pop eruit, dekentje eruit, kussentje eruit….. Pop erin, dekentje erin, kussentje erin…. Rondje, rondje, pop eruit, dekentje…… en ga zo maar door.

Dansen begint ook al een beetje te komen. Leuk om te zien hoe je soms met je voetjes gaat stampen en wacht tot we je na doen. Moet je ontzettend om lachen. Wij ook natuurlijk. Het is niet altijd helemaal duidelijk wie om wie lacht. Laten we het er maar op houden dat we om elkaar lachen.
Laatst al twee keer dat we aan het dansen waren en je je snel door je knieën laat zakken, op je hurken gaat zitten en dan weer snel omhoog. En nog een keer, en nog een keer. Onvermoeibaar. Als je geen goede danseres wordt, dan vrees ik wel eentje die slecht dansen heel lang vol zou kunnen houden.

Je hebt echt een eigen willetje. Als je iets wilt dan moet ’t ook gebeuren. En als je iets niet wilt dan zullen we het weten ook. Soms wel lastig hoor. Maar je maakt het gelukkig op allerlei manieren goed. Bijvoorbeeld door ons zo vaak aan het lachen te maken. Of door trots rond te lopen waardoor je papa en mama ook erg trots zijn. Of door echt bewust te komen knuffelen.
Vooral dat laatste kan niet vaak genoeg. Nu kan het nog. Straks is dat natuurlijk niet meer stoer en wil je dat misschien niet meer. Maar dat is pas over heel veel jaar. Nu mag je nog gewoon onbezorgd, onverstoorbaar, ontzettend vaak met papa knuffelen.

Eerste stapjes!

Lieve Nikki,

Het is alweer even geleden dat ik de wereld iets over je heb verteld. Ik weet niet waarom. Geen behoefte, geen inspiratie, geen nieuws? Is er dan in ruim drie maanden tijd helemaal niets leuks gebeurd? Niets leuks gedaan, geleerd, gezegd? – Zeker wel! Aan jou heeft het in ieder geval niet gelegen.

Twee weken terug hebben we je eerste verjaardag gevierd. We wilden het eerst klein vieren met alleen je opa’s en oma’s en je tante en slechts een paar vrienden erbij. Resultaat, +-30 man die speciaal voor jou even langs zijn gekomen. ’t Was een echt feestje. Eén jaar. Wat is het snel gegaan.

Omdat we het klein zouden vieren heeft je mama slechts 36 taarten gebakken, waarvan één klein taartje speciaal voor jou. Met aardbeien en slagroom. Sla d’r maar op los… of… eet hem heel netjes hapje voor hapje op. Ook goed.

Ik lees in mijn laatste stukje over jou (uit juli), dat je toen nog maar net begonnen was met kruipen. De ‘eenbenige tijgertechniek’ noemde ik het. Dat stadium zijn we natuurlijk al lang gepasseerd. Dat echte kruipen volgde snel genoeg. Vervolgens was daar een loopwagen. Met honderd procent concentratie en inspanning waggelde je onder strenge begeleiding achter de wagen aan. Stoppen was geen optie, eenmaal onderweg dan moest je door tot het eerste obstakel.
Die inspanning veranderde al snel in een grote glimlach. Kijk mij eens lopen! 

Deze week zette ik je neer op de grond, en je stond zo stabiel dat ik besloot je eens los te laten. Armen in de aanslag natuurlijk, maar los desalniettemin. En je bleef staan! Zonder houvast. Geen tafel, geen loopwagen, geen papa. Even helemaal los. Ik schuifelde een stukje naar achter. En ja, daar kwam je. Stap stap, plof! In papa’s armen. ’s Avonds aan mama laten zien. Kijk eens mama. Stap, stap, stap, plof! In mama’s armen. Jeeej!

Het kan nu niet lang meer duren voordat je loopt. Zolang je maar niet te snel op de zaken vooruit gaat lopen. Dat kan papa niet zo goed bijbenen.

 

Lees geen werk e-mail in je vrije tijd

Ik heb mezelf er regelmatig op betrapt dat ik ’s avonds of in het weekend even mijn Postvak In van ’t werk bekeek. Nu doe ik dat zelden meer. Ik ben erachter dat het niet werkt. Het heeft geen nut. Je neemt informatie in je op, waar je vervolgens eigenlijk helemaal niets mee kunt doen. Je kunt de informatie niet goed verwerken. Niet echt.

  • Lees je iets waarop dringend actie ondernomen moet worden? De wetenschap dat je hier morgen echt wat mee moet doen kan zich een avond of nacht lang in je gedachten nestelen.
  • Lees je iets wat je vervelend vindt? Je gaat nadenken over hoe je dit morgen zal gaan bespreken.
  • Lees je iets wat je leuk vindt? Prima! …  al was ’t ook een leuke geweest om daar morgen de dag mee te beginnen.

En in het slechtste geval stel je het niet uit tot morgen, maar ga je in je vrije tijd aan de slag!

Je weet dat je het niet moet doen. Ja jij, die dit leest. Jij doet het vast ook als je thuis toegang hebt tot je e-mail. Doe jezelf een plezier en doe ’t gewoon niet. Je hebt in je vrije tijd vast al genoeg werkervaring te verwerken, terwijl je met leuke dingen bezig wilt zijn. Daar hoeven niet nog meer prikkels bij.

Werk ’s ochtends je e-mail bij als je begint, werk voordat je naar huis toe gaat je e-mail weg. En soms heb je een terugval. Ik had vandaag een kleintje. Kan gebeuren. Dit is dus ook een reminder voor mezelf.

Hotel van Gedachten

Ik las zojuist een stukje van mede-blogger Evelyne Hermans en wilde daarop reageren op haar blog. Omdat mijn antwoord wat aan de lange kant werd, besloot ik het via mijn eigen blog te doen.

Mijn interpretatie van haar artikel: Het gaat over een afgesloten ruimte in je gedachten, waar je woorden en zinnen met zorg ordent en formuleert, alvorens ze naar buiten te brengen. Soms, vaak ongemerkt en onbedoeld, laat je iemand toe in die gedachten alvorens je ze netjes hebt kunnen ordenen en wat zaken eruit hebt kunnen filteren. Daarmee stel je je kwetsbaar op, waarschijnlijk omdat het je pure ik laat zien.

Quote artikel “Struikelblog”:

Want er is ook nog dat deurtje naar buiten. Een deur die uitkomt op een klein pleintje, waar ik soms de door mij geordende woordenstroom tevoorschijn tover. Waar passanten blijven staan en aandachtig luisteren. Waar ik zomaar kan worden aangesproken of… waar ik helemaal niet word opgemerkt. Dat laatste raakt me. Vaak laat ik die deur daarom gesloten. Voor de zekerheid.

Lees hier het hele stuk: http://www.evelynehermans.nl/struikelblog/

Het herkenbare aan haar verhaal is volgens mij dat iedereen wel een afgelegen hoekje met een deur naar zo’n pleintje heeft. Ik denk zelfs dat je misschien wel een hotel vol aan kamers hebt met een grote lobby waar alles samenkomt en daarmee een groot deel van je persoonlijkheid vormt.

  • Een kamer gevuld met gedachten en ideeën die niet naar buiten komen.
  • Een kamer waar woede en frustratie wordt opgestapeld.
  • Een kamer vol irritatie die onuitgesproken blijft.
  • Een kamer barstensvol creativiteit, waarvan je bang bent dat deze niet gewaardeerd zal worden.

Als de kamer gesloten blijft raakt hij vol. En wanneer je de deur dan open doet zal alles als een ongecontroleerde en verwoestende tornado naar buiten stormen.

Ik denk dat heel wat mensen bijvoorbeeld zo’n irritatiekamer hebben die te vaak te lang gesloten blijft. Je blijft dan zitten met het idee “had ik er maar iets van gezegd”, of “als dit nog een keer gebeurt dan zal ik…”. Zelf kan ik uren rond blijven lopen met dit gevoel of ’s avonds wakker worden en hier nogmaals geïrriteerd van raken. Vervolgens ben ik dan nog eens gefrustreerd over het feit dat ik geïrriteerd ben en er niets mee heb gedaan.

Ook creatieve gedachten en specifieke meningen blijven vaak achter gesloten deuren. Ik denk dat heel veel deuren gesloten zijn met de sloten die door schaamte en angst zijn gevormd. Vrees voor meningen, schaamte voor gedachten en uitspraken. Bang voor reacties van anderen. Allemaal dingen waardoor je jezelf tekort doet.

Hoe meer kamers gesloten blijven, hoe ongezelliger het in de lobby is. Ik denk dan ook dat hoe minder gesloten kamers je hebt, des te gelukkiger je in het leven staat. Of gaat dat volgens jou te ver?

Hoeveel gesloten kamers heb jij in je hotel van gedachten?

 

Ze zei “Mama”!

Mama zeggen!Het moest er een keer van komen. Na een lange week oefenen en 24/7 een moeder op je nek die je vertelt wat je moet zeggen, heb je eindelijk ook “mama” gezegd!
Ok, je zegt het ook tegen de bloemkool, papa heet nu ook mama, en je sok, je speelgoed en de vogels zijn ook mama, dus in feite is alles nu mama. Maar dat mag de pret voor de enige echte mama niet drukken (al weet ik eigenlijk niet zeker of je überhaupt tegen je mama zelf wel mama hebt gezegd, maar mij hoor je er niet over).

Verder gaat alles op het moment wel erg hard. Het lijkt alsof je de wereld die je op gelijke hoogte hebt gezien nu wel zo’n beetje kent en onder de knie denkt te hebben, dus is je gezichtsveld tot iets verder naar boven uitgebreid. Op tafel en banken liggen leuke spulletjes waar je aan kunt trekken. Je kunt ook op je knieën gaan zitten en je een beetje optrekken aan dingen. Je gaat dan zelfs al staan. Vallen wordt je ook steeds beter in, maar dat vind je minder leuk.

Kruipen doe je nog net niet. Je verfijnt momenteel vooral nog de ‘eenbenige tijgertechniek’, of zoals jij deze techniek zelf noemt: “mama”. Daar waar we eerst nog op het gemak konden opstaan als je richting kattenbrokken ging, moeten we ons nu al wat meer gaan haasten om je voor te blijven.

Een schone luier omdoen is nu met grote regelmaat echt rampzalig. Je draait als een tol in de rondte, het liefst net op het moment dat we je vieze luier uitdoen. Als het even kan besteed ik dit grapje dan ook graag uit. Ik vraag je dan door wie je verschoond wilt worden… “Ja! … Ze zei Mama!

Ik kan u helaas geen korting bieden

Ik vertoefde tijdens mijn vakantie in Zeeland een dagje in het centrum van Middelburg. Ik kon nog wel een extra paar zomerschoenen gebruiken en belandde uiteindelijk in de Manfield. Ik had een leuk paar Pantofola d’Oro te pakken. Zaten lekker, niet abnormaal duur, kortom: prima.

Even ontstond er wat twijfel omdat het leer een soort van kreuk bevatte. Anders dan dat kan ik het niet beschrijven. De jongedame die me (heel aardig) hielp zei dat dat in het leer hoorde. Ik bekeek nog een aantal van dezelfde schoenen in andere maten en zag dat die het ook hadden. Het gekreukte effect hoort dus inderdaad gewoon, alleen op één schoen van het paar dat ik had was het net iets meer te zien. Een ander paar van dezelfde maat was er niet.
Keuze maken, wel of niet doen. Het was me totaal niet opgevallen toen ik ze aanhad en ik vond ze mooi. Ik winkel toch al niet graag dus op dat moment geen schoenen kopen is een garantie op een vervolgtijdverspilshoppingdag. “Ik neem ze!”

Eenmaal bij de kassa aanbeland voelde de verkoopster zich toch geroepen de mening van een collega erop na te slaan. Deze iets oudere vrouw irriteerde me al enigszins tijdens het passen door iedere laatste woord van een zin verschrikkelijk uit te rekken. “Kan ik u helpeeeeeen? U kijkt even lekker roooond? Ja natuurluuuuuuuk.” En datzelfde steeds weer bij iedere nietsvermoedende nieuwe binnenkomer. Maar dit terzijde. Ze werd erbij betrokken, niets meer aan te doen.

Haar antwoord was echter niet aan de collega gericht die om haar mening had gevraagd, maar ze begon tegen mij te praten alsof ik om iets had gevraagd. “Dat zit in het leer”, zei ze. Ik dacht: tja, dat zei je collega al. “Dat krijgen we er ook niet uit”, vervolgde ze. Ik dacht: goh je meent het. En ze rondde af met de zin: “Dus ik kan je ook geen korting bieden”, waarop ik antwoordde: “Daar heb ik ook niet om gevraagd”.
Sterker nog, dit was voor mij een moment waardoor ik bijna alsnog ben afgehaakt van de koop. Dit is ook de reden dat de hele aankoop me achteraf helemaal niet meer lekker zat en ik er een naar gevoel aan over hield, terwijl ik eigenlijk blij zou moeten zijn met een nieuw paar schoenen.

Waarom zou je zomaar uit het niets zeggen dat je geen korting kunt geven? Ik kan twee redenen bedenken:

  1. Je bent er vanuit gegaan dat ik om korting heb gevraagd en wilt dit afwijzen. Ontzettend slordig omdat ik me daar erg ongemakkelijk door voelde; alsof ik om korting zeurde terwijl dat helemaal niet het geval was.
  2. Je hebt de vraag omtrent dit leer eerder gehad en bent semi-geautomatiseerd je betoog begonnen waarvan korting een onderdeel was. Eigenlijk vind je misschien zelf wel dat je korting zou moeten geven.

Kortom, ik was aanvankelijk blij met een paar nieuwe schoenen, maar ik was er na afloop helemaal niet blij mee omdat me zonder dat ik om korting heb gevraagd is verteld dat ik geen korting krijg.

Het voelt alsof je bij de bakker na een kwartier lang lekkerbekken eindelijk een keuze hebt gemaakt en je een gebakje koopt, waarop de bakker zegt dat ze je helaas geen gratis slagroom kunnen geven. Het valt toch tegen. Je wilde helemaal geen slagroom, maar nu hij er zelf over begint heb je er toch trek in gekregen. Of je krijgt het gevoel dat er eigenlijk slagroom op hoort, maar dat je het er niet zonder meer bijkrijgt.
En de mensen in de rij achter je vinden je een zeurpiet omdat je de rij ophoudt, terwijl je helemaal geen slagroom wilde!

Kortom, een beetje jammer Manfield. Het heeft me, onnodig, een bittere nasmaak gegeven. Besef het effect dat het op je klant heeft als je deze uit het niets gaat vertellen dat deze geen korting krijgt. Vertel me liever ongevraagd dat ik dat wèl krijg!

Het wij-gevoel in je bedrijf

Het wij-gevoel. Je verbonden voelen met het bedrijf waar je werkt. Het is jullie tegen de rest en zij tegen jullie. Samen de schouders eronder. Je kent het wel.

Is dit wij-gevoel gerelateerd aan iemands karakter, of aan een bedrijf of leidinggevende? Of is het misschien een bepaalde tijdsgeest? Heeft de huidige generatie het wij-gevoel minder dan voorgaande generaties? Men werkt minder lang bij dezelfde werkgever, dus heb je een minder wij-gevoel?

Persoonlijk denk ik dat het wij-gevoel een individuele karaktereigenschap is. Iemand heeft dan de neiging snel(ler) een wij-gevoel te ondervinden.

Op een verjaardag sprak iemand al in de vorm “bij ons doen we het op deze manier…”, terwijl ze op dat moment nog in de sollicitatieprocedure bij dat bedrijf zat.

Dit is dus iemand die zich snel verbonden voelt met een bedrijf. Het is belangrijk om voldoende van zulke mensen in je team te hebben!

Blijft jammer dat ze die baan uiteindelijk helemaal niet heeft gekregen…. 😉

Verwar het wij-gevoel niet met wij- en ik-denkers, waarin de wij-denker met name is gericht op groei, verandering en verbetering, tegenover de ik-denker die doet waar hij goed in is en vaak juist moeite heeft met het veranderen van structuren. Het is niet dat de ik-denker minder sociaal is; daarentegen zelfs. Ik denk dat deze vaak zelfs socialer zijn in het onderling contact, maar dan niet zozeer op zakelijk gebied. De ik-denker kan dus zeer goed over het wij-gevoel beschikken, terwijl de wij-denker zich deels kan afsluiten van het wij-gevoel en de (soms moeilijke) besluiten kan nemen die het bedrijf ten goede komen.

De wij-denker is niet belangrijker in je bedrijf dan de ik-denker, sterker nog, de combinatie is nodig binnen een team. Zolang je maar elkaars rol begrijpt en accepteert en je minstens één ding overeenkomstig hebt: het wij-gevoel in je bedrijf.

 

 

 

Communicatie: vertrouwen, acceptatie en begrip

Ik heb het gevoel dat we elkaar steeds minder goed aanvoelen en daarom ook steeds minder goed gaan communiceren. Het lijkt steeds normaler om via welk medium dan ook met elkaar om te gaan alsof respect van geen belang meer is en het overdragen van boodschappen belangrijker is dan het effect van die boodschappen.

Steeds meer verzoeken hebben haast en spoed, waardoor steeds minder verzoeken kunnen worden opgepakt met meer haast en spoed. Hoe minder het voelt alsof je iemand een plezier doet, des te minder plezierig wordt het om iets voor iemand te doen.

Vertrouwen vormt de basis van goede communicatie.

Als je kunt vertrouwen op je collega, kun je scherp zijn in je belofte aan de klant. Als je kunt vertrouwen op het woord van je klant, hoef je de volgende keer niet twee keer na te denken alvorens een probleem te escaleren. Als de klant kan vertrouwen op een planning hoeft deze niet na te bellen ter herinnering.

Natuurlijk loopt niet altijd alles zoals oorspronkelijk gepland, maar als dit gecommuniceerd wordt in een vertrouwde relatie dan zal de ander weten dat ’t niet anders kon, dat er alles aan is gedaan om het te voorkomen en er alles aan wordt gedaan het alsnog snel voor elkaar te krijgen. Accepteer je dit niet, dan duurt alles een volgende keer op voorhand al twee keer zo lang, of hoor je gewoon helemaal niets als een planning in de soep dreigt te lopen. Haal je de deadline niet en communiceer je hier niet over, dan zal de klant je een volgende keer niet serieus nemen. Alles heeft twee kanten. Wees je er bewust van.

In communicatie schuilt ook acceptatie.

Accepteer kritiek van een klant en probeer het om te buigen naar een verbetering. Accepteer als klant dat sommige diensten geld kosten en je zult veel vaker geholpen worden met verbetering van je product (niemand wil een verbetering aandragen als men weet dat het tegen ze gebruikt zal worden).

Iemand een mededeling toesturen, wijzen op een fout, een prijsopgave doen, boos opbellen of een factuur sturen is niet per definitie gelijk aan communiceren, zoals ook praten zonder te luisteren geen goed gesprek is. Communiceren is elkaar aanvoelen, vertrouwen, begrip hebben voor elkaar om elkaar vervolgens in het midden te vinden.
De een wil een dienst/product en wil hier niet te veel voor betalen. De ander wil in ruil voor een dienst/product een vergoeding en daar (vaak) het liefst iets op verdienen. Wil je weinig betalen, dan krijg je minder geleverd; lever je te weinig dan wil men je minder (of niet) betalen.

Communicatie is dus o.a. gebaseerd op vertrouwen, acceptatie en begrip voor elkaar, en tegelijkertijd wordt de kwaliteit van deze drie kenmerken vaak gewaarborgd door goede communicatie. Een mooie cirkel dus:

  • Communiceer goed en eerlijk en kom zo veel mogelijk je voornemens na, en bouw daarmee een vertrouwensband op.
  • Wees kritisch naar jezelf en toon je goede wil om te zorgen voor acceptatie.
  • Communiceer over je manier van werken en aanpak, en waarom dit volgens jou zo moet en zorg daarmee voor begrip.

Loopt een van deze drie kenmerken niet lekker, communiceer dan eerst daarover, alvorens over andere dingen te (proberen te) communiceren.

Team of groep individuen?

Een tijd terug hebben we binnen ons bedrijf multidisciplinaire projectteams ingezet. In ons geval bestaande uit een maatwerkspecialist, webdesigner, webdeveloper, webmarketeer, supportmedewerker en een projectmanager. De projectmanager is de spil van het team. Daar komt een project binnen en deze overziet de voortgang.

Op zich een uitstekend plan. Je loopt hier en daar natuurlijk tegen praktische problemen aan die je moet tackelen, maar dat zijn weer artikelen op zich. Waar we destijds minder aandacht aan hebben besteed was dat als je zes collega’s van verschillende disciplines bij elkaar zet, je het wel een team kunt noemen, maar het eigenlijk nog gewoon zes individuele collega’s zijn.

Ik vergelijk het even met voetbal. Het Nederlands elftal bestaat uit stuk voor stuk goede voetballers. Ieder excelleert bij zijn eigen club. Ze spelen daar mogelijk al jaren en zijn op elkaar ingespeeld: een team dus. Zet je ze echter voor het eerst bij elkaar in een nieuw elftal dan kunnen ze individueel nog zo goed zijn, het is nog niet echt een team. Natuurlijk zullen ze een goede wedstrijd kunnen spelen, maar kampioen word je niet zomaar.

Niet iedere combinatie van goede spelers werkt ook. Je kunt elf aanvallers opstellen, maar wie houdt dan de bal uit het doel? En zelfs als je maar drie aanvallers opstelt, ze kunnen niet allemaal in de spits spelen. Uiteindelijk bepaalt daar de bondscoach wie er echt gaat spelen en hoe. Maar aan het eind van de rit moeten de spelers het toch zelf doen. Elkaar aftasten, leren kennen en bijvoorbeeld elkaar een doelpunt gunnen. En als een andere verdediger een foutje maakt, niet wijzen maar sprinten. De fout goedmaken voor een ander. Dat hoeft de coach niet te roepen, maar dat doe je gewoon. Dat is een team. Uiteindelijk bepalen de spelers dus zelf of er een team ontstaat of dat er elf individuen op het veld lopen. De coach kan alleen de mogelijkheden bieden.

Zelfde verhaal binnen een bedrijf. Je kunt de projectmanager opdragen een team te vormen, maar uiteindelijk bepalen ze zelf of het ook echt een team wordt of gewoon een groepje collega’s blijft. Natuurlijk moet de projectmanager iedereen goed betrekken bij een project, van begin tot einde. Hoe anders creëer je betrokkenheid en hoe anders rond je een project met succes af. Maar het is te makkelijk om de hele verantwoordelijkheid bij de projectmanager te leggen. Je hoeft niet altijd te wachten tot iemand iets van je vraagt. Als je collega in de problemen zit, niet negeren, niet wijzen, maar sprinten. Zo overwin je obstakels en heb je de basis van een goed team.

Verkeer(d) gezien

Ik moet even gal spuwen. Ik weet het, je moet kalm blijven, beheerst en rustig achter het stuur. Maar laat ik nu de laatste paar dagen ineens enorm geïrriteerd raken door mensen die helemaal niet deelnemen aan het verkeer (waar waarschijnlijk heel goede redenen voor zijn).

Vorige week, ik reed ergens tussen de 50 en de 55 (zonder kilometercorrectie), harder zal het niet zijn, waarop een oudere heer het nodig vond om “kalmerende gebaren” te maken. Je kent het wel, de “rustig rustig” handbeweging. Alsof ik met 90 voorbij kwam racen. Ik acht mezelf redelijk rationeel en wanneer terecht zal ik met schaamrood op de kaken mijn hand opsteken ter verontschuldiging. Zulke nare mensen daarentegen kan ik echt niet hebben.
Ik ben nog net niet omgekeerd om deze man om tekst en uitleg te vragen. Sowieso duurde het even tot het misplaatste gebaar tot me doordrong. Daarna twijfelde ik bij een rotonde een kilometer verderop of ik alsnog zou omkeren.
Niemand wil trouwens toch verkeersregelaar zijn (kinderoversteekplaatsen daargelaten), laat staan dat iemand er zijn hobby van maakt? Ik heb namelijk werkelijk het gevoel dat deze man daar de hele dag moet hebben gestaan, wachtend op mensen die volgens zijn gebrekkig waarnemingsvermogen een paar kilometer per uur te hard rijden, om ze vervolgens vermanend na te gebaren.

Afgelopen weekend kwam ik aangereden op de parkeerplaats voor de Albert Heijn. Joehoe! Het dichtstbijzijnde plekje vrij! Links een invalide plek, er tegenover mijn place to be! Een man steekt nog net even over, dus ik wacht geduldig. Knipperlicht uit naar rechts, om vervolgens achteruit in te kunnen parkeren. Ik rijd de auto schuin naar voren, slechts enkele seconden verwijderd van de tijdelijke verblijfplaats van mijn auto, waarop de zojuist overgestoken man boos gaat gebaren naar het invalide bordje in het vak aan de overkant. Nog net niet pissig maak ik een wegwerp gebaar. Waar bemoeit die man zich mee? Vier dingen doet hij verkeerd:

  1. De beste man kon helemaal niet zien of ik invalide ben of een invalide persoon bij me heb.
  2. Ik had mijn knipperlicht de andere kant op staan en mijn richting had een dermate schuine richting dat ieder oplettend persoon zou kunnen inschatten dat ik niet dat plekje op ging.
  3. Je ziet toch ook dat het plekje aan de overkant helemaal vrij is? Waarom zou ik op de invalide parkeerplaats gaan staan als er gewoon een plekje vrij is, nog dichterbij de supermarkt dan de invalideplek. Ik wil helemaal geen invalideplek! Die zijn veel te groot! Straks denken mensen nog dat ik niet kan parkeren! Malloot! …. Adem in. Adem uit. Pfffjeew.
  4. Het ergste van alles is nog dat deze man daarna alsnog kan zien dat je daar helemaal niet ging parkeren. Volksheld als hij zich toonde verwachtte ik dan ook wel een sportief excuus of in ieder geval een begripvol gebaar te ontvangen toen hij zijn fout inzag (of had moeten zien).

Ik weet zeker dat deze heren dezelfde zijn die met 70 invoegen op een snelweg waar je 120 mag. Weet het zeker!

Ok Dennis… Rustig maar weer… Volgende artikel weer iets liefs zoeken in je medemens. Uitdaging, iets liefs in het verkeer.

 

(Maar dit artikel krijgt zeker ook een vervolg)

 

Onzichtbare knoppen

Ik denk dat bijna iedere ouder het ooit heeft gedacht: “Zou ik het wel kunnen, vader/moeder zijn?”. Sommigen stellen deze vraag in zichzelf, anderen biechten de twijfel op. Logische reactie: “Ja natuurlijk, dat komt vanzelf”. En zo is het (bijna altijd) natuurlijk ook. Ik heb nooit echt iets met baby’s gehad, en op kraambezoek meed ik die fragiele wezentjes (straks laat ik ze vallen). Maar volgens mij gaat het me best redelijk en natuurlijk af. Ik weet nu niet beter en zou niet anders willen.

“Even de knop omzetten” wordt vaak gezegd om iemand aan te sporen tijdelijk over te schakelen van gedachten aan het ene naar het andere, om zo een situatie te accepteren om later weer terug te keren naar de oorspronkelijke situatie. Hierop heb je zelf invloed.

Zo denk ik dat je hersenen ook knopjes omzetten. Bij sommige mensen wordt de knop van het vader of moeder zijn gewoon al heel vroeg omgezet, en bij anderen wat later. De een voelde zich al moeder voordat haar kind geboren was, en een ander voelde zich pas maanden na de geboorte van zijn kind ineens echt vader.

Het verschil is dat als je hersenen eenmaal een knop hebben omgezet, er geen weg meer terug is. Er is dan namelijk geen weg, slechts een nieuw begin.

Ik vraag me af welke knopjes nog meer zullen worden omgezet.